|
REGEERINGS MAATREGELEN Het Vaarplichtbesluit A de bezetting van Nederland was een der eerste zorgen der Regeering de schepen, welke aan de greep van den vijandwaren ontsnapt, vast in handen te krijgen. Reeds bij K.B. van 6 Juni 1940 werd de Minister van Defensie derhalve gemachtigd regelen vast te stellen, op grond waarvan Nederlanders en Nederlandsche onderdanen, die niet in dienst waren opgeroepen, verplicht werden persoonlijke diensten ten behoeve van de scheepvaart te verrichten. Deze regeling had echter een voorloopig karakter en, nadat meer ervaring was opgedaan, werd op 11 Maart 1942 het z.g. Vaarplichtbesluit uitgevaardigd, welke in 45 artikelen de positie van den zeeman onder de gewijzigde omstandigheden vaststelde. Het houdt op te werken 6 maanden na het einde van den oorlogstoestand voor het Koninkrijk der Nederlanden.Waar het Vaarplichtbesluit een der meest ingrijpende Regeeringsmaatregelen is geweest, volgen hieronder de belangrijkste bepalingen Art. 3 : De zeeman, die den leeftijd van 6o jaren niet heeft bereikt, is verplicht dienst te doen of te blijven dienst doen aan boord van of ten behoeve van een schip onder Nederlandsche vlag. Art. 4: Voorzoover den zeeman geen schip is aangewezen, is hij verplicht zijn diensten ten behoeve van de Nederlandsche Scheepvaart beschikbaar te stellen en te houden. Hij is gehouden hiertoe alle aanwijzingen nauwgezet op te volgen. Art. 15 : Indien de zeeman, op wien door redenen buiten zijn schuld de vaarplicht niet meer rust, naar het oordeel van den Minister van Sociale Zaken niet door passenden arbeid in eigen onderhoud kan voorzien, en deze zeeman ook niet op eenigerlei andere wijze is verzekerd van een behoorlijk levensonderhoud, stelt de Minister regelen vast, met betrekking tot de aan den zeeman te verleenen vrije kost, inwoning, geneeskundigebehandeling, verpleging en een wachtgeld, totdat de zeeman vrij vervoer naar Nederland of een der Overzeesche Gewesten van bet Koninkrij k waar de zeeman thuisbehoort,heeft genoten. Art. 17: De zeeman die meent, dat een bepaling van het Vaarplicht besluit of een beslissing welke zijn dienstverhouding beheerscht, op onredelijke wijze op hem is toegepast, kan eenmaal in een gemotiveerd schrijven in beroep komen bij den Minister of diens gemachtigde. De overige titels behandelen de verplichtingen en rechten van den reeder en van den kapitein benevens de straf bepalingen bij overtreding van in het Vaarplichtbesluit gepubliceerde verordeningen. Een belangrijk punt is, dat ondanks het recht op verzet en beroep van den zeeman de dienst in ieder geval door moet gaan.
Rechtszekerheid en tuchtmaatregelen Gedurende hot eerste jaar na de invasie bestond er geen Nederlandsche rechter buiten het bezette gebied. Dit leidde ertoe, dat de sancties op den vaarplicht in de eerste regeling onvoldoende werden vastgesteld. In de practijk werden zij weliswaar gevonden in administratieve maatregelen en Britsche wetten, doch de zeeman miste ten eenemale de waarborgen van een behandeling van zijn zaak voor zijn eigen rechter. Dit gaf bovendien aanleiding tot andere moeilijkheden, daar de Britsche Regeering, gewaarschuwd door de 5de colonneactiviteit op het vasteland, geen risico wenschte te nemen, en tal van Nederlandsche onderdanen ten rechte of ten onrechte zonder vorm van proces opsloot. Volgens de z.g. " aliensorder van 1920 " werden zij in een interneeringskamp gebracht. Op verzoek van de Nederlandsche Regeering of van den kapitein kon bij strafrechterlijke vergrijpen de delinquent door de Engelsche immigratieautoriteiten zolang worden vastgehouden, totdat het onderzoek had plaats gehad.Hierin kwam echter verbetering door de oprichting bij K.B. van 3 October 1941 van de Nederlandsche Rechtbank en de Nederlandsche Kantongerechten in Groot-Brittannie. Deze maakte bet mogelijk eigen Nederlandsche strafbepalingen vast te stellen, nodig om aan de vaarplicht kracht bij te zetten.De overgroote meerderheid van onze zeelieden heeft in de zwartste tijden van den strijd ter zee zijn plicht gedaan. Onder een koopvaardijpersoneel van 10.000 man komen echter natuurlijk gevallen voor die de aanwezigheid van een " sterke arm " nodig makers. Onruststokers zijn in oorlogstijd des te gevaarlijker waar zij de oorzaak van ontzettende rampen kunnen zijn. Wanner een schip te last vertrekt en haar convooi mist, words het levens van de bemanning op bet spel gezet.Het Nederlandsche Gerechtshof is op dezelfde leest als dat in Nederland voor den oorlog geschoeid. De President wordt door twee rechters bijgestaan en de beklaagde words op de gewone wijze verdedigd en zijn zaak door getuigenverklaringen bevestigd.De zittingen zijn openbaar. Blauw geuniformeerde marechaussees houden orde, en zorgen ervoor dat de rechters met de nodige eerbied worden behandeld. Een stukje onvervalscht Nederland in de schaduw van de Westminster Abbey.
De Bezitsvordering In tegenstelling tot de andere geallieerde koopvaardijvloten (o.a. de Noorsche) word de Nederlandsche na bet uitbreken van den oorlog niet door de Regeering gevorderd. De vrije reeders toch stelden hun schepen vrijwillig ter beschikking voor de oorlogvoering, terwijl de Regeering de andere reederijen onder haar hoede nam en het bewind hiervan aan de Nederlandsche Scheepvaart en Handelscommissie opdroeg. De Regeering had volgens de wet, slechts de bevoegdheid tot gebruiksvordering, d.w.z. tot het doen vervoeren van regeerings ladingen die voor Nederland van belang waren.Nu de koopvaardijvloot echter een der belangrijkste bijdragen was geworden welke Nederland voor de gemeenschappelijke oorlogvoering tegen de overweldigers van het Moederland en van Nederlandsch Indie kon leveren, werd de gebruiksvordering niet voldoende geacht,en wenste de Regeering in staat te zijn zo nodig ook het bezit of zelfs het eigendom van de schepen te kunnen vorderen.Reeds op 8 December 1941, den dag waarop Nederland den oorlog verklaarde aan Japan, werd door den Commandant Zeemacht ten behoeve der Indische Regeering het gebruik van alle indische zeeschepen gevorderd, welke vordering nadat de verbinding met Nederlandsch indie was verbroken door de Nederlandsche Regeering werd overgenomen.Mede teneinde te kunnen zorgen, dat de Nederlandsche koopvaardijvloot na den val van Nederlandsch Indie haar taak in de oorlogvoering zoo goed mogelijk zou kunnen blijven vervullen, werd besloten het bezit van de geheele Nederlandsche Koopvaardijvloot krachtens hetZeeschepenbesluit 1942 te vorderen, hetgeen geschiedde bij Beschikking van den Minister van Handel, Nijverheid & Scheepvaart van 5 Juni 1942.Als gevolg van dezen maatregel werd mede de mogelijkheid geopend een logisch en uniform compensatiesysteem in het leven te roepen, zowel wat de vergoeding voor het gebruik der schepen, als de vergoeding voor de verloren gegane schepen betreft. Zodoende zouden alle reederijen verzekerd zijn van eenzelfde wijze van renumeratie voor het gebruik der schepen, hetgeen voordien, gezien de verschillende wijze waarop de schepen bij de oorlogvoering waren ingeschakeld, niet het geval was. Hierbij kwam bovendien dat de waarden waarvoor de schepen waren verzekerd, aanvankelijk werden gebaseerd op de vooroorlogsche assurantiewaarden en niet op een uniform systeem van waardeering. Teneinde hierin te voorzien, werd in de Ministerieele Vorderingsbeschikking bepaald, dat voor verloren gegane schepen de waarde ten tijde van het vergaan zou worden vergoed. Voor de financieele afwikkeling werd het Scheepvaartfonds in het leven geroepen, waarin alle inkomsten van de gevorderde vloot werden gestort, de assurantie penningen daaronder begrepen, terwijl uit dit fonds alle kosten, verband houdende met de exploitatie, worden bestreden. De bedoeling van de vordering was tevens de Regeering in staat te stellen na afloop van den oorlog mede te werken de vloot wederom op het gewenschte peil te brengen, en de positie van den zeeman te beschermen.
Scheepvaartinspectie Teneinde de naleving van de Schepenwet van 1909 in de buitengewone omstandigheden te waarborgen,werd in October 1940 een Buitengewone Raad voor de Scheepvaart en het instituut der Scheepvaartinspectie ingesteld. Een van de eerste taken van de inspectie was het aanleggen van een Hulpscheepsregister te Londen, waarin alle zich niet in de macht van den vijand bevindende Nederlandsche zeeschepen, zowel voor de handelsvaart als voor de visscherij, werden te boek gesteld. Verder zag de Scheepvaartinspectie erop toe, dat alle maatregelen voor de zeewaardigheid der opvarenden werden genomen. Het spreekt vanzelf, dat deze in verband met den oorlog belangrijk moesten worden uitgebreid, en het Koninklijk Besluit van 23 October 1941 bevat dan ook een bijlage,waarin de beschermingsbepalingen in 70 artikels staan vermeld. Hiervan zijn er een groot aantal nieuw, zoals het voeren van een sperballon, een z.g. " degaussing " inrichting tegen magnetische mijnen, vlotten en andere drijvende middelen, installaties ter beveiliging tegen mitrailleurvuur,distillatieapparaat voor het maken van zoet water uit zeewater, speciale uitrusting voor de reddingbooten enz. enz. Ook moest het journaal volgens voorgeschreven wijze worden gevoerd, opdat de vijand er niet door kon worden ingelicht. Tenslotte had de scheepvaartinspectie toezicht op de ladingen der aan het Britsche Ministerie voor Oorlogsvervoer verhuurde schepen. Het stuwen van enorme hoeveelheden uiterst ontplof- en brandbare stoffen stelde de inspectie voor moeilijke problemen.Daar de scheepvaartinspectie over een zeer beperkt aantal ambtenaren beschikte en slechts te Liverpool, Glasgow en Fleetwood kantoren had, was het ondoenlijk alle schepen geregeld tebezoeken. Er werd daarom nauw samengewerkt met de classificatiebureaux, die hare rapporten ter beschikking stelden. De Scheepvaartinspectie, die ook te NewYork, San Francisco, Curacao, Durban, Bombay, Alexandria en Sydney vertegenwoordigd is, heeft als gast in een vreemd land met andere wetten en usances, in deze bewogen jaren, waar wegens gebrek aan reparatiefaciliteiten en tijdeen voortdurende strijd tussen veiligheid en oorlogsnoodzaak werd gestreden, een bijzondermoeilijke en ondankbare taak te vervullen gehad.
|